Veilig dragen

Het is heel belangrijk dat je je kindje op een veilige manier draagt. Daar zijn een aantal richtlijnen voor:

  • Strak tegen je aan: door je kindje strak tegen je aan te dragen waarborg je de J-houding van de rug. Bij een te losse doek of draagzak kan je kindje met de kin op de borst zakken, waardoor de ademweg in gevaar kan komen.
  • In het zicht: je draagt je kindje zo dat je zijn gezicht te allen tijde kunt zien.
  • Kusjeshoogte: je draagt je kindje rechtop, met het hoofd op 'kusjeshoogte'. Je moet je kindje makkelijk een kusje op het hoofd kunnen geven als je je eigen hoofd licht buigt.
  • Kin van de borst af: zorg dat je kindje nooit met zijn kin op de borst zakt, hierdoor kan de ademweg afgesloten worden. Er moeten altijd 2 vingers tussen de borst en kin passen.
  • Rug ondersteunen: de draagdoek of draagzak moet de rug van je kindje stevig ondersteunen in zijn natuurlijke vorm zodat je kindje niet in kan zakken. De buik en borst van je kindje zitten stevig tegen jou aan.